Humanitaire situatie Haïti – verslag van Kempès

We hebben aan Kempès Jean gevraagd om een verslag te schrijven over hoe de situatie op dit moment is in Haïti. U leest zijn verslag hieronder.

Pétionville, 13 februari 2026

Haïti – humanitaire situatie

Geschreven door Kempès Jean, directeur van Ecole Soleil de Hollande

De laatste tijd is de sociale, politieke en humanitaire situatie in Haïti niet veranderd. In plaats van te verbeteren, verslechtert zij. Honger, armoede, ziekte en bendes geven het volk geen enkele kans om een normaal leven te leiden. Alle achthebbers en politici, die eigenlijk samen zouden moeten zitten om oplossingen te vinden voor de problemen van het land, vechten liever om de macht. Ze bestrijden elkaar de hele dag. Ondertussen leeft het gewone volk in diepe ellende.

De recente politieoperaties om bendes te verdrijven zorgen ervoor dat nog meer mensen hun woongebied ontvluchten en zich als ontheemden vestigen in de gemeenten Delmas, Pétionville en Tabarre, die nog niet volledig onder controle van bendes staan. Deze mensen zijn volledig berooid en hebben niets meer.

Veel mensen slapen op openbare plekken of in opvangcentra die zonder officiële toestemming zijn ingericht, vaak in scholen.
Volgens de berichten kunnen meer dan 5 miljoen mensen in het land niet goed eten en zijn er meer dan 1 miljoen die helemaal niets te eten hebben. Bijna geen enkel ziekenhuis functioneert nog goed. Bendes verlammen alle activiteiten. Verkrachting en geweld tegen vrouwen, evenals ontvoeringen, stoppen nooit.

Op politiek vlak

Sinds 7 februari 2026 zijn de negen leden van de presidentiële overgangsraad (KPT), die het land bestuurden, vertrokken: hun mandaat is afgelopen. Veel mensen waren bang voor die datum, omdat zij vreesden voor grote onrust, maar gelukkig is alles relatief rustig verlopen. Het land wordt nu niet langer geleid door negen leiders, maar door één premier: Alix Didier Fils Aimé. Veel mensen vertrouwen hem niet en beschuldigen hem van corruptie.

Vlak voordat de negen leiders vertrokken, namen zij in december een decreet aan dat voorkomt dat zij juridisch vervolgd kunnen worden voor de corruptie en het stelen van overheidsgeld waarvan zij worden beschuldigd. Pas wanneer er weer een parlement is, kan er eventueel onderzoek worden gedaan. Veel Haïtianen zijn woedend over deze situatie.

Op veiligheidsvlak

Meer dan 90% van de hoofdstad Port-au-Prince en de omliggende gebieden staat onder controle van bendes. Dit geldt onder meer voor Croix-des-Bouquets, Cabaret, Torcelle, Cité Soleil, Bas-Delmas, La Saline, Village de Dieu, Martissant, Carrefour, Gressier en ook Kenscoff, mijn eigen gemeente. Volgens schattingen wonen er meer dan 2 miljoen mensen in deze gebieden, naast de mensen in Mirebalais, Saut-d’Eau en Artibonite die eveneens onder het geweld lijden. Velen zijn gedwongen te vluchten en elders onder moeilijke omstandigheden te leven.

Ondanks de inspanningen van de politie is er nog weinig duidelijkheid of verbetering, omdat de bendes zo machtig zijn. Terwijl de politie in de stad vecht, vluchten veel bendeleden en versterken zij andere bendes, onder meer in Kenscoff. Sinds dinsdag 3 februari is er bijna geen dag voorbijgegaan zonder dat bendes proberen het politiebureau van Kenscoff in te nemen. Elke nacht klinkt er zwaar geweervuur. Zelfs in Thomassin, waar ik woon, zijn de schoten duidelijk te horen.

Dankzij God houdt de politie stand — maar voor hoe lang? Veel mensen die Kenscoff in 2025 verlieten en later terugkeerden omdat zij elders niet konden overleven, zijn opnieuw gevlucht. Toch blijven ook veel mensen, vooral in gebieden waar de bendes nog niet volledig aanwezig zijn. Zij lijken zich te hebben neergelegd bij hun lot en zeggen: “Wat er ook gebeurt, we rennen niet meer weg.”

Een recente toespraak van de Amerikaanse ambassadeur in Haïti voor het Amerikaanse congres baart grote zorgen. Daaruit bleek dat meer dan 12.000 jonge mannen en vrouwen in Haïti lid zijn van bendes, terwijl er slechts ongeveer 6.000 politieagenten zijn — en niet allemaal bestrijden zij de bendes. Sommigen behoren zelf tot een bende. Veel mensen vragen zich af wat de leiders van Haïti hebben gedaan om veiligheid te garanderen.

Ontvoeringen blijven dagelijks plaatsvinden. Op 13 februari werd op Radio Caraïbes gemeld dat drie mensen zijn ontvoerd in Delmas 31. In Kenscoff werd een zwangere vrouw ontvoerd, samen met haar man en haar broer. Ondanks ernstig bloedverlies werd zij niet vrijgelaten en moest zij te voet de bergen in. Zij loopt groot risico haar baby te verliezen.

De beloftes van de Verenigde Staten, zoals een internationale troepenmacht die vanaf april 2026 zou moeten komen om tegen de bendes te vechten, en het opheffen van het embargo zodat het Haïtiaanse leger niet-dodelijk materieel kan aanschaffen, geven een beetje hoop. Toch blijft er veel twijfel: veel mensen vertrouwen deze beloftes niet.

Op gezondheidsvlak

Momenteel heerst er een ziekte die “Chabon” wordt genoemd (mogelijk miltvuur/anthrax) in het departement Grand’Anse, vooral in de gemeente Beaumont, waar al meer dan 16 mensen zijn overleden.

In Cité Soleil blijft cholera rondgaan, maar de overheid kan weinig doen omdat het gebied door bendes wordt gecontroleerd.

Bijna alle grote ziekenhuizen in het land functioneren niet meer. Het algemeen ziekenhuis in Port-au-Prince, het universitair ziekenhuis van Mirebalais en het Bernard Mevs-ziekenhuis in Delmas zijn geplunderd of gesloten. Andere ziekenhuizen, waaronder Chancerelles in Cité Soleil en OFATMA, zijn eveneens zwaar getroffen. Artsen zonder Grenzen heeft de meeste centra moeten sluiten.

De few instellingen die nog functioneren, bieden minimale zorg onder zeer moeilijke omstandigheden: gebrek aan medicijnen, elektriciteit, gekwalificeerde artsen en specialisten. Veel artsen werken alleen nog in privéklinieken die voor de meeste mensen onbetaalbaar zijn.

Veel Haïtianen zijn zwaar getraumatiseerd. Op straat zie je steeds meer mensen met psychische problemen. Mensen zijn gespannen, gefrustreerd, snel boos en soms gewelddadig. Psychologische hulp is vrijwel onbestaand. Vrijwel iedereen draagt mentale littekens.
Hoe kunnen Haïtianen zo leven — als dit leven genoemd kan worden?

Op voedselvlak

Er is geen werk en geen geld; mensen kunnen nauwelijks eten kopen. Op de markten zijn meer verkopers dan producten. De voedselkeuze is zeer beperkt en bestaat vooral uit geïmporteerde producten: rijst, maïsmeel, vlees, olie, eieren, koekjes en zelfs bonen en bananen komen vaak uit het buitenland, vooral uit de Dominicaanse Republiek. Veel van deze producten zijn van lage kwaliteit en speciaal voor de Haïtiaanse markt geproduceerd. Mensen hebben geen keuze, ook al maken ze hen ziek.

Verse producten zijn schaars en duur. Groenten en fruit van goede kwaliteit zijn alleen betaalbaar voor de rijken. Als gewone mensen ze al kunnen vinden, zijn ze extreem duur.
De situatie is zo moeilijk omdat:

  1. Bendes de nationale wegen blokkeren waardoor voedsel uit de provincies de hoofdstad niet bereikt.
  2. Bendes controle hebben over de Artibonite, vroeger een belangrijk landbouwgebied voor rijst en andere gewassen.
  3. Bendes de Plaine (Croix-des-Bouquets) controleren, waar veel voedsel en fruit werd geproduceerd en waar de meeste verwerkingsfabrieken stonden.
  4. Bendes controle hebben over Kenscoff, waar veel groenten werden verbouwd.

Er zijn steeds meer bedelaars op straat. Voor ouders is het een enorme worsteling om hun kinderen eten te geven. Als er vandaag gekookt kan worden, weten ze niet wanneer dat weer mogelijk zal zijn. De armoede is verschrikkelijk.

Enkele jaren geleden had vooral Port-au-Prince problemen. Sinds eind 2025 en begin 2026 verkeert vrijwel het hele land in crisis.

 

Dit vind je misschien ook leuk...